Speechschrijvers snakken naar erkenning

Geplaatst op 01 mei, 2018 door in Blog. Geen Reacties.

(English version: scroll down)

In april stonden de berichten op Twitter, op de websites van ministeries, in Adformatie: drie Nederlandse speeches winnen een Amerikaanse Cicero Award. Dat klinkt indrukwekkend. Mooie speeches ook, dus je snapt dat ze een prijs waard zijn. Maar wat hebben ze gewonnen? Wat is een Cicero Award? Dat is een idee van de Amerikaan David Murray en zijn organisatie Vital Speeches of the day. Murray speelt met deze wereldwijde wedstrijd voor speechschrijvers heel slim in op onze smeulende behoefte aan erkenning. Het motto is dan ook : “An ovation of your own”, gevolgd door “Get the recognition you deserve.” De prijs is dus niet voor de speech, niet voor de spreker, maar voor de speechschrijver.

Voor niets gaat natuurlijk de zon op, zeker in de Verenigde Staten, dus meedoen kost tussen de 150 en 250 dollar. Maar dan zijn er ook 42 (!) prijzen te vergeven in 41 verschillende categorieën, met één hoofdprijs, de Grand Award. Al die 42 winnaars mogen zich Cicero Award winnaar noemen. En dat doen de meeste winnaars dan ook. Op hun website, op hun visitekaartje, in iedere mail die ze versturen. Je kunt natuurlijk ook het Recognition Package aanschaffen: voor een luttele 275 dollar krijg je een extra certificaat, een trofee en een licentie om het Cicero Award logo te voeren.
Natuurlijk ben je trots als je wint. Natuurlijk wil je dat iedereen dat weet. Zeker zelfstandig werkende speechschrijvers kunnen wel wat reclame gebruiken. Maar van wie heb je eigenlijk gewonnen? Murray heeft tot nog toe nooit bekend willen maken hoeveel inzendingen er ieder jaar zijn en/of hoeveel inzendingen per categorie. Misschien win je dus van vijftig anderen, misschien van helemaal niemand. En wordt de spoeling niet heel dun als er ieder jaar zoveel mensen winnen? Eén van mijn collega’s liet weten dat ze volgend jaar ook mee gaat doen “want iedereen heeft een Cicero Award”…

Een paar jaar geleden gaf David Murray de winnaar van de Grand Award het predicaat: de beste speechschrijver van de wereld. Dat is nogal een claim. Zeker omdat de Cicero Award niet gaat naar de beste speech van de wereld – en hoe zou je dat moeten beoordelen?- maar naar de beste speech onder een onbekend aantal inzendingen. Speeches die worden ingezonden door de schrijvers, niet door het publiek.

En dan is er nog de andere, de ethische vraag: mag je een speech die je voor iemand anders hebt geschreven, openlijk claimen als jouw werk? Een speech die vaak gebaseerd is op de eigen, persoonlijke verhalen van die spreker, zijn of haar gedachten en ideeën, geschreven in zijn of haar stijl?

In Nederland hebben we het vaak over de ‘magie van het vak’. Daarmee bedoelen we dat het mooier – magischer – is als het publiek in de vooronderstelling verkeert dat de spreker zelf de speech heeft geschreven. Dat heeft alles te maken met onze zeer Nederlandse hang naar authenticiteit. Vooral je – stotterende en hakkelende – zelf zijn, gewoon is immers al gek genoeg. Daarom was er een staatssecretaris die – tot grote verbazing van zijn speechschrijver – beweerde dat hij altijd om vijf uur opstond om zijn eigen speeches te schrijven. Daarom was er een premier die stug volhield dat hij al zijn speeches zelf schreef en die zelfs liet bundelen in een boek, zonder zijn speechschrijvers in het colofon te vermelden. Daarom was er een ex-minister die een prachtig televisiecollege gaf over de kunst van het speechschrijven en vergat te vermelden dat hij de kunst beheerste om een goede speechschrijver in te huren.

Maar bestaat die magie nog wel? Natuurlijk reageren veel mensen nog steeds verbaasd en een beetje teleurgesteld als ik vertel wat ik doe. Nee, ze schrijven die speeches echt niet allemaal zelf…. En intussen weten we allemaal: JFK had Ted Sorensen, Reagan had Peggy Noonan, Obama had Jon Favreau. En in Nederland hebben alle bewindslieden en CEO’s speechschrijvers, vaak meer dan één. Kunnen we niet ophouden daar zo geheimzinnig over te doen? Samenwerken met een speechschrijver om te zorgen dat je een boeiende speech houdt met respect voor je publiek, is gewoon heel professioneel. Als onze ministers en CEO’s, politici en bestuurders dat gewoon zouden toegeven en dan aan elkaar vertellen wie hun zo goed geholpen heeft, gewoon onderling, tijdens dat powerontbijt, die zakenlunch, dat aspergediner, dan hoeven zelfstandige speechschrijvers hun website niet te laten vollopen met kostbare Cicero Awards. Dan kunnen speechschrijvers die snakken naar erkenning en werk ophouden de kas van een Amerikaanse organisatie te spekken. Dan blijft de magie nog een beetje bestaan.

Ik ben zelf al ruim twintig jaar speechschrijver, eerst bij verschillende ministeries, nu al bijna dertien jaar als zelfstandige professional (zp’er). Ook train ik veel Nederlandse speechschrijvers. Ik ben dus de laatste om de prestaties van mijn Nederlandse collega’s in twijfel te trekken: het stikt hier van de uitstekende speechschrijvers. Zelf heb ik nog nooit een Cicero Award gewonnen. Ik snap dus dat mensen dit stuk kunnen zien als kinnesinne. Eerlijk gezegd heb ik nooit meegedaan. Ik denk namelijk dat mijn klanten het niet zouden waarderen als ik een tekst die ik voor hen heb geschreven als mijn werk zou insturen.
Maar natuurlijk snap ik de behoefte aan goede reclame, en zeker de behoefte aan erkenning. Maar daar zijn andere manieren voor.

Bijvoorbeeld ons speechschrijversnetwerk ’t Doode Paerdt waar we ongegeneerd, lekker onder elkaar, kunnen vertellen dat die prachtige zin, die mooie anekdote, dat ontroerende verhaal, uit onze pen vloeide. Of meedoen aan een speechbattle, een schrijfwedstrijd waar je onder je eigen naam met je eigen tekst aan mee kunt doen. Voor de lol, voor de eer, voor de erkenning. Om te winnen en het dan aan iedereen te laten weten. Met je eigen speech, niet die van iemand anders. Het Vlaams-Nederlands Huis voor cultuur en debat De Buren organiseert er elk half jaar een, om en om in Brussel en in Den Haag. Een jury selecteert de beste drie die dan worden voorgedragen door een acteur. Het publiek heeft de beslissende stem. En zo hoort het.

Want speechschrijven is niet voor niets ‘the dark profession’: wij schrijven op de achtergrond de speeches voor mensen op de voorgrond. Natuurlijk mogen we praten en schrijven over ons mooie vak, over de regels en rariteiten van de retorica, maar niet over onze sprekers en ‘onze’ speeches. Die magische kant van ons vak laat ik graag in ere. Maar het zou mooi zijn als onze sprekers gewoon toegeven dat ze onze hulp nodig hebben, vaak niet meer zonder ons kunnen. Dat gewoon toegeven, dat is echt authentiek. Dat schouderklopje, die erkenning, dat zouden we echt magisch vinden. Daar kan geen Cicero Award tegenop.

Renée Broekmeulen
Speechschrijver en trainer
www.reneebroekmeulen.nl

Speechwriters long for recognition

In April the news was on Twitter, on the websites of ministries, in the magazine Adformatie: three Dutch speeches win an American Cicero Award. That sounds impressive. Beautiful speeches too, so it is obvious that they are worth a price. But what did they win? What is a Cicero Award? Cicero Awards are invented by American entrepreneur David Murray and his organization Vital Speeches of the day. With this worldwide competition for speechwriters, Murray cleverly plays on our smouldering need for recognition. His motto is “An ovation of your own”, followed by “Get the recognition you deserve.” The prize is not for the speech, not for the speaker, but for the speech writer.
Money makes the world go round, especially in the United States, so participating costs between 150 and 250 dollars. But then there are 42 (!) Prizes to be awarded in 41 different categories, with one main prize, the Grand Award. All those 42 winners may call themselves a Cicero Award winner. And that’s exactly what most winners do. On their website, on their business card, in every email they send. You can also purchase the Recognition Package: for a mere $ 275 you get an extra certificate, a trophy and a license to use the Cicero Award logo.
Of course you are proud when you win. Of course you want everyone to know about it. Certainly freelance speechwriters can use some advertising. But who did you actually win from? Murray has so far never wanted to share how many entries there are each year and / or how many entries per category. So you might win from fifty others, but also from no one at all. And then you have to share the honour with forty more winners – every year. One of my colleagues said that next year she will also participate “because everyone has a Cicero Award” …
A few years ago David Murray gave the winner of the Grand Award the title: the best speechwriter in the world. That is quite a claim. Certainly because the Cicero Award does not go to the best speech in the world – and how would you judge that? – but to the best speech among an unknown number of entries. Speeches that are submitted by the writers, not by the public.
And then there is the other, the ethical question: can you publicly put your name under a speech that you have written for someone else? A speech that is often based on the personal stories of that speaker, his or her thoughts and ideas, written in his or her style?

In the Netherlands we often talk about ‘the magic of the speechwriting profession’. By that we mean that it is more beautiful – more magical – if the audience is convinced that the speakers themselves have written their own speech. That has everything to do with our very Dutch desire for authenticity. Being your own – stuttering and stammering – self. After all, being normal is crazy enough… That is why there was a secretary of state who – to the great astonishment of his speechwriter – claimed that he always got up at five o’clock in the morning to write his own speeches. That is why there was a prime minister who insisted that he wrote all his speeches himself and even had them bundled in a book, without even thanking his speechwriters in small print. That is why there was a former minister who gave a beautiful lecture on the art of speechwriting on television and forgot to mention that he had mastered the art of hiring a good speechwriter.

But does that magic still exist? Of course many people still react surprised and a little disappointed when I tell what I do for a living. No, they do not really write those speeches themselves …. And in the meantime we all know: JFK had Ted Sorensen, Reagan had Peggy Noonan, Obama had Stephen Krupin. And in the Netherlands, all cabinet ministers and CEOs have speechwriters, often more than one. Can we not stop being so secretive about it? Working with a speechwriter to ensure that you have a fascinating speech with respect for your audience is no more than professional. If our ministers and CEOs, politicians and administrators simply admit that they employ a speechwriter, and then tell each other who these wonderful people are. Just among themselves, during that power breakfast, that work lunch, that business dinner. Speechwriters can then stop filling their website with pricy Cicero Awards. Speechwriters who yearn for recognition and work can then stop filling the pockets of an American organization. And the magic will continue to exist.

I have worked as a speechwriter for more than twenty years, first at various ministries, now for almost thirteen years as an independent professional. I also trained hundreds of Dutch speechwriters. That makes me the last one to question the achievements of my Dutch colleagues: our country is bursting with excellent speechwriters. I have never won a Cicero Award myself. So I understand that people can see this piece as ill-concealed envy. Frankly, I never entered the competition. I think my customers would not appreciate it if I submitted a speech that I wrote for one of them.

But of course I understand the need for good advertising, and certainly the need for recognition. But there are other ways to achieve that.
For example, go to the meetings of our European Speechwriters Network where you can tell your colleagues proudly about that wonderful sentence, that beautiful anecdote, that moving story, that flowed out of your pen. Or you can participate in a speech battle, a writing contest where you submit your own speech under your own name. For fun, for the honour, for recognition. The Flemish-Dutch House for Culture and Debate De Buren organizes a speech battle every six months, alternately in Brussels and The Hague. A jury will select the best three that will then be read out by an actor. The public votes who wins. And that’s how it should be.

Because speechwriting is and will always be ‘the dark profession’: we stay in the background to write speeches for people on the foreground. Of course we can talk and write about our beautiful profession, about the rules and curiosities of rhetoric, but not about our speakers and ‘our’ speeches. I would like to honour that magical side of our profession. But it would be very nice if our speakers start to admit that they need our help, that they need us to do better what they do best. That is what being authentic is all about. That pat on the back, that recognition, that would be really magical. No Cicero Award can compete with that.

Renée Broekmeulen
Speechwriter and trainer
www.reneebroekmeulen.nl

 

Reageer