Doelgroep

De training is bedoeld voor mensen die regelmatig een toespraak moeten schrijven, voor zichzelf of voor anderen. De cursus is primair gericht op het schrijven van speeches, maar de technieken die worden behandeld zijn toe te passen bij het schrijven van andere publieksteksten.

Programma

Afhankelijk van de voorkennis, ervaring en behoefte van de deelnemers kan er een programma op maat worden gemaakt van één, twee of drie dagen. Daarbij kan een keuze worden gemaakt uit de volgende onderwerpen.

Publiek en boodschap
Deze twee zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Daarom is het belangrijk om eerst veel te weten te komen over het publiek en goed na te denken over de boodschap, en dan pas te gaan schrijven. Een goede speech is een combinatie van de juiste boodschap voor het juiste publiek.

Spreektaal
Goed taalgebruik en een goede hantering van stijl zijn essentieel voor een goede speech. Dus wordt er tijdens de training aandacht besteed aan het verschil tussen schrijftaal en spreektaal. Geen notataal vol passieve werkwoorden, naamwoord- en tangconstructies, afkortingen en ambtelijk jargon, maar taal die aanspreekt: helder en begrijpelijk.

Structuur
Een goede speech bevat één hoofdboodschap. Maar in weinig speeches zal maar één onderwerp behandeld worden. Luisteraars kunnen echter niet ‘terugbladeren’, je moet ze de hele speech ‘meenemen’. Hoe doe je dat? Hoe breng je structuur aan in een speech, hoe zorg je voor een hoorbare rode draad? Hoe belangrijk is ritme in een speech?

Argumentatie
Speeches moeten overtuigen. Dus moet je zorgen dat je goede argumenten hebt, die bovendien passen bij je publiek. Maar hoe kun je die argumenten het beste ordenen? Welke argumenten overtuigen het beste en hoe kun je door je argumentatie weerstanden overwinnen?

Concretiseren
Een beeld zegt meer dan duizend woorden, wordt vaak gezegd. Dat geldt niet alleen voor visuele beelden, maar ook voor concretiseringen in een speech. Concretiseren betekent: abstracte zaken begrijpelijk en toegankelijk maken en ze ‘op het netvlies’ van de luisteraar zetten. Dit betekent dat in een speech beelden moeten worden gebruikt waarbij de luisteraar zich iets kan voorstellen. Bijvoorbeeld een eigen ervaring, iets heel nieuws, iets heel vreemds of iets heel tegenstrijdigs. Iets dat verrast, prikkelt of amuseert. Zeker in het begin van een speech: de eerste klap is immers een daalder waard.

Hoe vind je een mooie, passende concretisering? Aan de hand van associatie, door bronnen te raadplegen en door met collega’s te brainstormen.

Retorische principes
Het is bij een speech belangrijk dat de boodschap blijft hangen. Dat kan door een sterke ‘soundbite’, maar die verzin je niet echt makkelijk. Daarom zijn er ook andere retorische trucs, die helpen om een speech memorabel te maken. Van alliteratie (“bestuurders en bedrijven, burgers en buitenlui”) tot antimetabool (“Vraag niet wat je land voor jou kan doen, maar wat jij voor je land kan doen”). Van ‘people props’ (“Gisteren ontmoette ik een jonge moeder die…”) tot de cirkel rond maken (aan het einde van de speech terugpakken naar het begin).

Framing
Framing is een overtuigingstechniek waarbij woorden zo worden gekozen dat daardoor een beeld wordt neergezet. Bijvoorbeeld het frame ‘Europa is een superstaat’. Door dat frame steeds te herhalen blijft het gewenste beeld, positief of negatief, hangen. Hoe maak je een frame, hoe gebruik je het en hoe kun je het ‘bestrijden’?

Terug naar alle trainingen