Doelgroep

Deze training is bedoeld voor mensen die regelmatig beleids- en/of adviesnotities schrijven, voor een groot of een klein lezerspubliek. De deelnemers leren hoe ze heldere, duidelijke teksten kunnen schrijven die overtuigen en met plezier gelezen worden.

Programma

Tijdens de training zal aandacht worden besteed aan de zeven voorwaarden waar een overtuigende notitie aan moet voldoen:

  1. Past bij de lezer
  2. Heeft een duidelijke boodschap
  3. Is overtuigend
  4. Is in heldere taal geschreven
  5. Is foutloos geschreven
  6. Is concreet in plaats van abstract
  7. Heeft een duidelijke structuur

Past bij de lezer

Wie is of wie zijn de lezers van de tekst? Is dat alleen je baas of de hele organisatie? Is het één burger of de hele gemeente? Maar ook: wat weten de lezers al over het onderwerp? Zijn zij voorstanders of tegenstanders? Willen ze alleen informatie of ook overtuigd worden?

De deelnemers leren bij het schrijven van hun teksten rekening te houden met de samenstelling van het lezerspubliek.

Een duidelijke boodschap

De deelnemers leren hoofdboodschap van bijboodschap(pen) te onderscheiden. Op basis daarvan leren ze hoe ze de kernboodschap van een tekst bepalen en hoe de boodschap duidelijk is en blijft: beperk je tot de kern, niet teveel details, geen informatie die niet aansluit bij de vraag/behoefte van de lezer.

Overtuigen

Een notitie is vaak niet (alleen) bedoeld om te informeren, maar om  te overtuigen. Dus moet je zorgen dat je goede argumenten hebt, argumenten die je lezer(s) aanspreken. De deelnemers leren welk soort argumenten het beste overeind blijven, hoe je het verzwegen argument kunt vinden , hoe je je argumenten het beste kunt ordenen en hoe je slim omgaat met weerstand.

Heldere taal

De deelnemers leren in dit onderdeel alles over helder taalgebruik op zinsniveau (het vermijden van tangconstructies, naamvalstijl, passieve formuleren, lange zinnen) en op woordniveau (vermijden van afkortingen, moeilijk/lange woorden, jargon en vaagmakers).

Foutloos schrijven

In dit onderdeel leren de deelnemers (opnieuw) de basisregels van spelling en grammatica. Hoe zat het ook alweer met die d’s en t’s? Schrijf je samenstellingen met of zonder streepje? Wanneer gebruik je een komma en wanneer een punt? Dit onderdeel wordt afgesloten met een dictee.

Concreet in plaats van abstract

Concretiseren betekent: abstracte zaken begrijpelijk en toegankelijk maken en ze ‘op het netvlies’ van de lezer zetten. Bijvoorbeeld als je iets uit wil leggen; dan is het goed om voorbeelden te gebruiken waarbij de lezer zich iets kan voorstellen, die aansluiten bij zijn of haar belevingswereld. De deelnemers leren hoe ze deze concrete beelden het beste kunnen vinden en gebruiken.

Duidelijke structuur

Een overtuigende notitie heeft ook een duidelijke structuur: wat bij elkaar hoort staat bij elkaar. Ook lezeren de deelnemers hoe ze een tekst kunnen indelen in alinea’s en hoe ze (tussen)kopje het beste kunnen gebruiken.