Past bij het publiek

Een goede speech is een verhaal waarmee je contact wil leggen met je publiek. Als je een speech schrijft moet je dus denken met het hoofd van de luisteraars: wat weten ze al? Wat willen ze weten? Willen ze gerustgesteld worden of juist enthousiast worden gemaakt over een persoon of een onderwerp? Zit de zaal vol medestanders of juist tegenstanders? Wat je ook moet weten is wat het publiek van de spreker verwacht: een kort dank- of welkomswoord of een diepgravende analyse, een enthousiasmerend verhaal, een persoonlijke boodschap. Alleen als je al die informatie hebt verzameld voordat je gaat schrijven kun je zorgen voor een optimale afstemming tussen spreker, onderwerp, publiek en gelegenheid.

Past bij de spreker

Zeker als je schrijft voor iemand anders is het belangrijk dat je je verdiept in je spreker: een speech moet hem of haar passen als de spreekwoordelijke handschoen. Dus: probeer te putten uit de eigen belevingswereld van de spreker, gebruik voorbeelden, woorden en zinnen die bij hem of haar passen.

Is in spreektaal in plaats van schrijftaal

Een speech is veel meer dan een nota met “geachte dames en heren” er boven: een speech is geschreven in spreektaal. Dus: geen of in ieder geval zo weinig mogelijk passieve werkwoorden, naamwoord- en tangconstructies, afkortingen en ambtelijk jargon, maar heldere en begrijpelijke taal die aanspreekt.

Heeft een duidelijke boodschap

Een goede speech bevat één hoofdboodschap. Hoe bepaal je die boodschap? Door voordat je gaat schrijven goed te bedenken wat je wilt dat het publiek ‘mee naar huis neemt’: wat wil je dat ze na de speech aan collega’s of vrienden vertellen?

Is concreet in plaats van abstract

Een beeld zegt meer dan duizend woorden, wordt vaak gezegd. Dat geldt niet alleen voor visuele beelden, maar ook voor concretiseringen in een speech. Concretiseren betekent: abstracte zaken begrijpelijk en toegankelijk maken en ze ‘op het netvlies’ van de luisteraar zetten. Dit betekent dat in een speech beelden moeten worden gebruikt waarbij de luisteraar zich iets kan voorstellen. Bijvoorbeeld een eigen ervaring, iets heel nieuws, iets heel vreemds of iets heel tegenstrijdigs. Iets dat verrast, prikkelt of amuseert. Zeker in het begin van een speech: de eerste klap is immers een daalder waard.

Heeft een hoorbare structuur

Luisteraars kunnen  niet ‘terugbladeren’; daarom is het belangrijk om je publiek tijdens de hele toespraak bij de hand te nemen. Daarbij is een goede structuur, een hoorbare rode draad heel belangrijk. Wat is je standpunt? Wat zijn je argumenten? Wat is oorzaak en wat is gevolg? Wat is heden en wat is verleden? Natuurlijk is een logische opbouw essentieel maar ook verbindingswoorden oftewel signaalwoorden kunnen helpen om je tekst beter te structureren.

Heeft stijl en aantrekkingskracht

Retorische technieken helpen om een speech memorabel te maken. Van een alliteratie (“bestuurders en bedrijven, burgers en buitenlui”) tot een antimetabool (“Vraag niet wat je land voor jou kan doen, maar wat jij voor je land kan doen”). Van ‘people props’ (“Gisteren ontmoette ik een jonge moeder die…”) tot de cirkel rond maken (aan het einde van de speech terugpakken naar het begin).