Toespraken zijn een sterk middel om beleid te presenteren en burgers te enthousiasmeren. Dat geldt niet alleen in de Verenigde Staten, maar ook ‘gewoon’ in Nederland. Bij een beleidsnota of een verslag moet je maar afwachten wie het leest, maar een toespraak wordt gehoord. Door het publiek in de zaal én – via de media – door de mensen thuis. Bovendien kun je in een speech inspelen op de actualiteit en tegemoetkomen aan specifieke vragen en wensen die leven bij gesprekspartners en publiek. Een speech is daarom een uitstekend middel om een boodschap over te brengen en kracht bij te zetten.

Een goede speech kan de luisteraars boeien, laten nadenken én overtuigen.

Wat is een goede speech? Dat is, kort gezegd, een tekst in heldere taal, afgestemd op de luisteraars, met een duidelijke boodschap, met concrete, voorstelbare beelden en gevat in een hoorbare structuur. Een verhaal met ‘rhyme and reason’, een tekst waar je ‘op kunt dansen’.

Wat is een goede spreker? Dat is niet alleen dat zeldzame natuurtalent; het is ook een kwestie van voorbereiding, oefening en techniek, van stemgebruik en houding, en van gevoel voor taal en ritme. En natuurlijk: empathie en enthousiasme, geloofwaardigheid en betrouwbaarheid. Voor schrijver én spreker geldt: je moet leren denken met het hoofd van de luisteraar.

Een goede speech is dus vooral maatwerk: een tekst met uw ideeën en in uw woorden, en tegelijkertijd een tekst voor uw publiek. Met andere woorden: een goede speech is een combinatie van de juiste boodschap voor het juiste publiek, in combinatie met de juiste tekst en de juiste spreker. Daarom is een goede voorbereiding noodzakelijk.

Werkwijze

Een goede speech begint met een (kennismakings)gesprek tussen schrijver en spreker. De belangrijkste onderwerpen tijdens dat gesprek zijn ‘boodschap’ en ‘publiek’. Wat wilt u overbrengen? Waarover wilt u het publiek informeren? Waarvan wilt u hen overtuigen? En: Wie zitten er in de zaal? Wat verwachten ze van de spreker? Wat weten ze over het onderwerp?

Deze informatie heb ik nodig om te bepalen hoe ik de speech moet opbouwen. Of ik moet beginnen met een leuk verhaaltje om een goede sfeer te creëren of dat ik direct met de deur in huis kan vallen. Of ik een offensieve of defensieve toon moet zetten. Of ik hier en daar jargon kan gebruiken of niet.

Tijdens dit gesprek krijg ik ook een indruk van wie u bent, hoe u praat en hoe u beweegt. Dat is belangrijk voor de taal en toon van de speech, want iedere spreker heeft een andere, eigen stijl.

Op basis van de informatie uit het voorgesprek en eventuele andere (achtergrond)informatie, bijvoorbeeld van uw medewerkers, ga ik aan het werk.

Ik schrijf een speech die voldoet aan de door mij ontwikkelde zeven voorwaarden voor een succesvolle speech:

De concepttekst gaat naar u voor commentaar, aanvullingen of wijzigingen, die ik dan weer verwerk. Dit is, net als het voorgesprek, een heel belangrijk onderdeel van het proces. Alleen door een goede samenwerking tussen spreker en schrijver wordt een speech wat een speech moet zijn: maatwerk!

Coaching

Daarna bent u aan de beurt. Want niet alleen voor het schrijven van de tekst, maar ook voor het uitspreken ervan geldt: hoe beter uw voorbereiding, hoe groter de kans op succes. Dat betekent dat u uw toespraak een paar keer moet oefenen. Ook daarbij kan ik u helpen. Samen kunnen we dan bekijken of het verhaal goed overkomt, of u de juiste klemtonen legt en de goede pauzes inlast. En, niet te vergeten, of u niet te veel met uw vingers friemelt, met uw armen zwaait of met uw oren klappert. Want lichaamstaal is ook heel belangrijk.