Pak het publiek vast en laat het niet meer los

Geplaatst op 14 augustus, 2018 door in Blog. Geen Reacties.

Dit artikel stond afgelopen zaterdag 11 augustus in het Parool. Aanleiding was de speechbattle van De Buren: schrijf een speech voor een Dictator.

Je kunt je speech nog insturen tot 23 augustus. Doe mee!

Parool, zaterdag 11 augustus 2018
Pak publiek vast en laat niet meer los
11-08-2018 / pagina 54

Amsterdam heeft alweer een maand een vrouwelijke burgemeester. Dat ging niet zonder slag of stoot. Er was discussie, weerstand en weerwerk, maar 12 juli werd Femke Halsema beëdigd en hield ze een speech die stond als een grachtenpand. Het was een speech vol passie voor stad, burger en bestuur, met een duidelijke boodschap, een hoorbare structuur, in heldere, beeldende taal en met klinkende stijlfiguren.

“Ik sta op de schouders van reuzen”, zei burgemeester Halsema. De vraag die bij mij opkwam – gevalletje beroepsdeformatie – was: stond ze ook op de schouders van een speechschrijver? Ik weet het niet. Maar burgemeester van der Laan maakte zeker gebruik van speechschrijvers, net als vrijwel alle (andere) burgemeesters, ministers en CEO’s – om maar een paar soorten veelsprekers te noemen.
Waarom ze dat doen? Meestal omdat ze het al druk genoeg hebben met andere dingen. Met een beter en groener Nederland, met de stad bij elkaar houden, met werk en winst maken. Als ze dan ook nog uren per dag achter hun bureau zouden moeten zitten om boeiende én overtuigende speeches te schrijven, dan zou er van besturen en managen weinig terecht komen. Want een sterke speech schrijven is een vak, speechschrijver is een beroep. Natuurlijk zijn er sprekers die altijd liever hun eigen speeches schrijven (of ze daar nu goed in zijn of niet), maar de hulp inroepen van een professional is echt niets om je voor te schamen.

Magie

In Nederland hebben we het vaak over de ‘magie van het vak’. Daarmee bedoelen we dat het mooier – magischer – is als het publiek in de vooronderstelling verkeerd dat de spreker zelf de speech heeft geschreven. Dat heeft alles te maken met onze zeer Nederlandse hang naar authenticiteit. Vooral je – stotterende en hakkelende – zelf zijn, gewoon is immers al gek genoeg. Als mensen horen wat ik doe voor de kost vragen ze vaak: is de spreker nog wel authentiek als iemand ander hem of haar geholpen heeft met de speech?
Natuurlijk wel. Een goede speechschrijver kan niet zonder een goede spreker: een spreker die echt iets te vertellen heeft, die (geloof)waardig overkomt, die respect heeft voor het publiek, die gevoel heeft voor taal en ritme. En geloof me, je kunt echt beter een professional inhuren dan je door een slecht voorbereide tekst worstelen voor een gapend en append publiek. Of als minister van Buitenlandse Zaken tegen een zaal vol diplomaten zeggen dat je geen enkel multicultureel land ter wereld kent waar mensen vreedzaam met elkaar leven.
Wat zal Stef Blok vaak gewenst hebben dat hij gewoon de tekst had gebruikt die hij samen met zijn speechschrijvers had voorbereid. Heel authentiek en een stuk beter voor een succesvolle politieke loopbaan. De speechschrijvers van Buitenlandse Zaken kennende, was het vast een tekst die voldeed aan alle voorwaarden voor een sterke speech.
Wat die voorwaarden zijn?

Eerst en vooral: zorg voor een duidelijke boodschap. Zoals ‘de belofte van vrijheid’ in de speech van Halsema. Een boodschap die niet alleen bedoeld was voor de mensen in de raadszaal, maar voor alle Amsterdammers. Geen makkelijk publiek, maar Halsema wist de juiste toon te vinden.

 

Rode draad

Dat is belangrijk: een speech moet niet alleen passen bij de spreker maar ook bij het publiek. Hoe kun je die mensen raken? Of beter: hoe kan deze spreker dat publiek raken? Wat hebben zij gemeen? Een achtergrond, een hobby, een mening? Wil het publiek iets horen of hebben, kan de spreker iets geven of beloven? Je neemt stelling en gaat op zoek naar passende argumenten en vooral: je maakt alles zo concreet mogelijk. Bijvoorbeeld met een verhaal, een persoonlijke ervaring of een actualiteit. Halsema vertelt in haar speech over Mohammed Bouchihki, Monique de la Fressange en de Noord-Zuidlijn, mensen en zaken die symbool staan, bijna een metafoor zijn, voor de uitdagingen waar zij als burgemeester voor staat. Dit soort voorbeelden en stijlfiguren maken het grote verhaal van de speech eerst even klein en daardoor voorstelbaar en aanvaardbaar. En een stuk prettiger om naar te luisteren. Zeker als je er ook voor zorgt dat je spreektaal gebruikt, dus geen ‘tevens’ en ‘niettegenstaande’, geen ‘macrodoelmatigheid’ of ‘faciliteren’. Ook heeft een goede speech een duidelijke rode draad die de hele tekst hoorbaar samenbindt. Zoals de ‘drie grote opgaven’ van Halsema. Het publiek kan nu eenmaal niet terugbladeren, ziet geen kopjes en alinea’s. Je moet ze dus vanaf de eerste zin vastgrijpen en daarna niet meer loslaten. Niet te lang, geen uren, dan denken mensen alleen nog maar aan hun boodschappen, hun vakantie en ja, aan seks. Tien, vijftien minuten is echt lang genoeg. Als je meer tijd nodig hebt om je punt te maken, heb je er van tevoren niet goed genoeg over nagedacht.

Wil je eens proberen of jij dit kunt? Of je een boeiende speech kunt schrijven voor iemand anders? Of ben je een speechschrijver die ook wel eens zijn eigen naam in de krant wil zien?
Doe dan mee aan de speechbattle van Vlaams-Nederlands Huis voor cultuur en debat De Buren in samenwerking met Debatcentrum De Balie, in het kader van de Nacht van de Dictatuur. De winnende speechschrijver krijgt eeuwige roem, 250 euro en zijn of haar speech in Het Parool, met je eigen naam er onder. En misschien huurt burgemeester Halsema je daarna in om haar te helpen met haar speeches…
Een jury van drie professionele speechschrijvers selecteert een top-3. Deze speeches worden voorgelezen door acteur Sabri Saad El Hamus en het publiek kiest uit die drie de uiteindelijke winnaar.
Doe mee, je hebt nog tot 23 augustus om je speech in te sturen. Voor alle informatie over de opdracht, de spelregels en de speechbattle in De Balie, zie de website van De Buren of De Balie.

https://www.deburen.eu/magazine/2237/speech-battle of https://www.debalie.nl/agenda/podium/speech-battle!-nacht-van-de-dictatuur/e_9783507/p_11771908/

Renée Broekmeulen
Speechschrijver en trainer

Open training Speeches met Impact najaar 2018

Geplaatst op 24 juli, 2018 door in Blog. Geen Reacties.

Speeches schrijven voor een ander; voor je minister of manager, je burgemeester of bestuurder: het is een vak en een vaardigheid. Tijdens de training Speeches met Impact leer je alles over het schrijven van de juiste speech voor de juiste spreker en het juiste publiek op het juiste moment . De volgende (tweedaagse) open training is op 8 en 15 november 2018 in mijn trainingsruimte in Den Haag. Schrijf je snel in want er is maar plaats voor zes deelnemers. Kijk voor meer informatie op deze website onder het kopje ‘Training’

 

Speechschrijvers snakken naar erkenning

Geplaatst op 01 mei, 2018 door in Blog. Geen Reacties.

(English version: scroll down)

In april stonden de berichten op Twitter, op de websites van ministeries, in Adformatie: drie Nederlandse speeches winnen een Amerikaanse Cicero Award. Dat klinkt indrukwekkend. Mooie speeches ook, dus je snapt dat ze een prijs waard zijn. Maar wat hebben ze gewonnen? Wat is een Cicero Award? Dat is een idee van de Amerikaan David Murray en zijn organisatie Vital Speeches of the day. Murray speelt met deze wereldwijde wedstrijd voor speechschrijvers heel slim in op onze smeulende behoefte aan erkenning. Het motto is dan ook : “An ovation of your own”, gevolgd door “Get the recognition you deserve.” De prijs is dus niet voor de speech, niet voor de spreker, maar voor de speechschrijver.

Voor niets gaat natuurlijk de zon op, zeker in de Verenigde Staten, dus meedoen kost tussen de 150 en 250 dollar. Maar dan zijn er ook 42 (!) prijzen te vergeven in 41 verschillende categorieën, met één hoofdprijs, de Grand Award. Al die 42 winnaars mogen zich Cicero Award winnaar noemen. En dat doen de meeste winnaars dan ook. Op hun website, op hun visitekaartje, in iedere mail die ze versturen. Je kunt natuurlijk ook het Recognition Package aanschaffen: voor een luttele 275 dollar krijg je een extra certificaat, een trofee en een licentie om het Cicero Award logo te voeren.
Natuurlijk ben je trots als je wint. Natuurlijk wil je dat iedereen dat weet. Zeker zelfstandig werkende speechschrijvers kunnen wel wat reclame gebruiken. Maar van wie heb je eigenlijk gewonnen? Murray heeft tot nog toe nooit bekend willen maken hoeveel inzendingen er ieder jaar zijn en/of hoeveel inzendingen per categorie. Misschien win je dus van vijftig anderen, misschien van helemaal niemand. En wordt de spoeling niet heel dun als er ieder jaar zoveel mensen winnen? Eén van mijn collega’s liet weten dat ze volgend jaar ook mee gaat doen “want iedereen heeft een Cicero Award”…

Een paar jaar geleden gaf David Murray de winnaar van de Grand Award het predicaat: de beste speechschrijver van de wereld. Dat is nogal een claim. Zeker omdat de Cicero Award niet gaat naar de beste speech van de wereld – en hoe zou je dat moeten beoordelen?- maar naar de beste speech onder een onbekend aantal inzendingen. Speeches die worden ingezonden door de schrijvers, niet door het publiek.

En dan is er nog de andere, de ethische vraag: mag je een speech die je voor iemand anders hebt geschreven, openlijk claimen als jouw werk? Een speech die vaak gebaseerd is op de eigen, persoonlijke verhalen van die spreker, zijn of haar gedachten en ideeën, geschreven in zijn of haar stijl?

In Nederland hebben we het vaak over de ‘magie van het vak’. Daarmee bedoelen we dat het mooier – magischer – is als het publiek in de vooronderstelling verkeert dat de spreker zelf de speech heeft geschreven. Dat heeft alles te maken met onze zeer Nederlandse hang naar authenticiteit. Vooral je – stotterende en hakkelende – zelf zijn, gewoon is immers al gek genoeg. Daarom was er een staatssecretaris die – tot grote verbazing van zijn speechschrijver – beweerde dat hij altijd om vijf uur opstond om zijn eigen speeches te schrijven. Daarom was er een premier die stug volhield dat hij al zijn speeches zelf schreef en die zelfs liet bundelen in een boek, zonder zijn speechschrijvers in het colofon te vermelden. Daarom was er een ex-minister die een prachtig televisiecollege gaf over de kunst van het speechschrijven en vergat te vermelden dat hij de kunst beheerste om een goede speechschrijver in te huren.

Maar bestaat die magie nog wel? Natuurlijk reageren veel mensen nog steeds verbaasd en een beetje teleurgesteld als ik vertel wat ik doe. Nee, ze schrijven die speeches echt niet allemaal zelf…. En intussen weten we allemaal: JFK had Ted Sorensen, Reagan had Peggy Noonan, Obama had Jon Favreau. En in Nederland hebben alle bewindslieden en CEO’s speechschrijvers, vaak meer dan één. Kunnen we niet ophouden daar zo geheimzinnig over te doen? Samenwerken met een speechschrijver om te zorgen dat je een boeiende speech houdt met respect voor je publiek, is gewoon heel professioneel. Als onze ministers en CEO’s, politici en bestuurders dat gewoon zouden toegeven en dan aan elkaar vertellen wie hun zo goed geholpen heeft, gewoon onderling, tijdens dat powerontbijt, die zakenlunch, dat aspergediner, dan hoeven zelfstandige speechschrijvers hun website niet te laten vollopen met kostbare Cicero Awards. Dan kunnen speechschrijvers die snakken naar erkenning en werk ophouden de kas van een Amerikaanse organisatie te spekken. Dan blijft de magie nog een beetje bestaan.

Ik ben zelf al ruim twintig jaar speechschrijver, eerst bij verschillende ministeries, nu al bijna dertien jaar als zelfstandige professional (zp’er). Ook train ik veel Nederlandse speechschrijvers. Ik ben dus de laatste om de prestaties van mijn Nederlandse collega’s in twijfel te trekken: het stikt hier van de uitstekende speechschrijvers. Zelf heb ik nog nooit een Cicero Award gewonnen. Ik snap dus dat mensen dit stuk kunnen zien als kinnesinne. Eerlijk gezegd heb ik nooit meegedaan. Ik denk namelijk dat mijn klanten het niet zouden waarderen als ik een tekst die ik voor hen heb geschreven als mijn werk zou insturen.
Maar natuurlijk snap ik de behoefte aan goede reclame, en zeker de behoefte aan erkenning. Maar daar zijn andere manieren voor.

Bijvoorbeeld ons speechschrijversnetwerk ’t Doode Paerdt waar we ongegeneerd, lekker onder elkaar, kunnen vertellen dat die prachtige zin, die mooie anekdote, dat ontroerende verhaal, uit onze pen vloeide. Of meedoen aan een speechbattle, een schrijfwedstrijd waar je onder je eigen naam met je eigen tekst aan mee kunt doen. Voor de lol, voor de eer, voor de erkenning. Om te winnen en het dan aan iedereen te laten weten. Met je eigen speech, niet die van iemand anders. Het Vlaams-Nederlands Huis voor cultuur en debat De Buren organiseert er elk half jaar een, om en om in Brussel en in Den Haag. Een jury selecteert de beste drie die dan worden voorgedragen door een acteur. Het publiek heeft de beslissende stem. En zo hoort het.

Want speechschrijven is niet voor niets ‘the dark profession’: wij schrijven op de achtergrond de speeches voor mensen op de voorgrond. Natuurlijk mogen we praten en schrijven over ons mooie vak, over de regels en rariteiten van de retorica, maar niet over onze sprekers en ‘onze’ speeches. Die magische kant van ons vak laat ik graag in ere. Maar het zou mooi zijn als onze sprekers gewoon toegeven dat ze onze hulp nodig hebben, vaak niet meer zonder ons kunnen. Dat gewoon toegeven, dat is echt authentiek. Dat schouderklopje, die erkenning, dat zouden we echt magisch vinden. Daar kan geen Cicero Award tegenop.

Renée Broekmeulen
Speechschrijver en trainer
www.reneebroekmeulen.nl

Speechwriters long for recognition

In April the news was on Twitter, on the websites of ministries, in the magazine Adformatie: three Dutch speeches win an American Cicero Award. That sounds impressive. Beautiful speeches too, so it is obvious that they are worth a price. But what did they win? What is a Cicero Award? Cicero Awards are invented by American entrepreneur David Murray and his organization Vital Speeches of the day. With this worldwide competition for speechwriters, Murray cleverly plays on our smouldering need for recognition. His motto is “An ovation of your own”, followed by “Get the recognition you deserve.” The prize is not for the speech, not for the speaker, but for the speech writer.
Money makes the world go round, especially in the United States, so participating costs between 150 and 250 dollars. But then there are 42 (!) Prizes to be awarded in 41 different categories, with one main prize, the Grand Award. All those 42 winners may call themselves a Cicero Award winner. And that’s exactly what most winners do. On their website, on their business card, in every email they send. You can also purchase the Recognition Package: for a mere $ 275 you get an extra certificate, a trophy and a license to use the Cicero Award logo.
Of course you are proud when you win. Of course you want everyone to know about it. Certainly freelance speechwriters can use some advertising. But who did you actually win from? Murray has so far never wanted to share how many entries there are each year and / or how many entries per category. So you might win from fifty others, but also from no one at all. And then you have to share the honour with forty more winners – every year. One of my colleagues said that next year she will also participate “because everyone has a Cicero Award” …
A few years ago David Murray gave the winner of the Grand Award the title: the best speechwriter in the world. That is quite a claim. Certainly because the Cicero Award does not go to the best speech in the world – and how would you judge that? – but to the best speech among an unknown number of entries. Speeches that are submitted by the writers, not by the public.
And then there is the other, the ethical question: can you publicly put your name under a speech that you have written for someone else? A speech that is often based on the personal stories of that speaker, his or her thoughts and ideas, written in his or her style?

In the Netherlands we often talk about ‘the magic of the speechwriting profession’. By that we mean that it is more beautiful – more magical – if the audience is convinced that the speakers themselves have written their own speech. That has everything to do with our very Dutch desire for authenticity. Being your own – stuttering and stammering – self. After all, being normal is crazy enough… That is why there was a secretary of state who – to the great astonishment of his speechwriter – claimed that he always got up at five o’clock in the morning to write his own speeches. That is why there was a prime minister who insisted that he wrote all his speeches himself and even had them bundled in a book, without even thanking his speechwriters in small print. That is why there was a former minister who gave a beautiful lecture on the art of speechwriting on television and forgot to mention that he had mastered the art of hiring a good speechwriter.

But does that magic still exist? Of course many people still react surprised and a little disappointed when I tell what I do for a living. No, they do not really write those speeches themselves …. And in the meantime we all know: JFK had Ted Sorensen, Reagan had Peggy Noonan, Obama had Stephen Krupin. And in the Netherlands, all cabinet ministers and CEOs have speechwriters, often more than one. Can we not stop being so secretive about it? Working with a speechwriter to ensure that you have a fascinating speech with respect for your audience is no more than professional. If our ministers and CEOs, politicians and administrators simply admit that they employ a speechwriter, and then tell each other who these wonderful people are. Just among themselves, during that power breakfast, that work lunch, that business dinner. Speechwriters can then stop filling their website with pricy Cicero Awards. Speechwriters who yearn for recognition and work can then stop filling the pockets of an American organization. And the magic will continue to exist.

I have worked as a speechwriter for more than twenty years, first at various ministries, now for almost thirteen years as an independent professional. I also trained hundreds of Dutch speechwriters. That makes me the last one to question the achievements of my Dutch colleagues: our country is bursting with excellent speechwriters. I have never won a Cicero Award myself. So I understand that people can see this piece as ill-concealed envy. Frankly, I never entered the competition. I think my customers would not appreciate it if I submitted a speech that I wrote for one of them.

But of course I understand the need for good advertising, and certainly the need for recognition. But there are other ways to achieve that.
For example, go to the meetings of our European Speechwriters Network where you can tell your colleagues proudly about that wonderful sentence, that beautiful anecdote, that moving story, that flowed out of your pen. Or you can participate in a speech battle, a writing contest where you submit your own speech under your own name. For fun, for the honour, for recognition. The Flemish-Dutch House for Culture and Debate De Buren organizes a speech battle every six months, alternately in Brussels and The Hague. A jury will select the best three that will then be read out by an actor. The public votes who wins. And that’s how it should be.

Because speechwriting is and will always be ‘the dark profession’: we stay in the background to write speeches for people on the foreground. Of course we can talk and write about our beautiful profession, about the rules and curiosities of rhetoric, but not about our speakers and ‘our’ speeches. I would like to honour that magical side of our profession. But it would be very nice if our speakers start to admit that they need our help, that they need us to do better what they do best. That is what being authentic is all about. That pat on the back, that recognition, that would be really magical. No Cicero Award can compete with that.

Renée Broekmeulen
Speechwriter and trainer
www.reneebroekmeulen.nl

 

Training Speeches met Impact voorjaar 2018

Geplaatst op 07 januari, 2018 door in Blog. Geen Reacties.

Voor iedereen die wil leren een mooie, pakkende, overtuigende speech te schrijven voor je minister of je manager, je voorzitter of je burgemeester, je directeur of je CEO: in juni is er weer een tweedaagse training Speeches met Impact. De data zijn: dinsdag 12 en dinsdag 19 juni. Er kunnen maximaal 6 mensen meedoen, dus schrijf je snel in. Dat kan via deze website, zie ‘open training Speeches met Impact’ onder het kopje Trainingen.

We moeten weer leren een verhaal te vertellen

Geplaatst op 24 september, 2017 door in Blog. Geen Reacties.

Dit interview verscheen deze week in Communicatievakblad C van Logeion.

Renée Broekmeulen over het schrijven van goede speeches
Noem haar geen tekstschrijver. Daarvan zijn er dertien in een dozijn. Goede en wat minder goede. Bij speechschrijvers is de spoeling veel dunner. Het aantal écht goede speechschrijvers in Nederland? “Die zijn op de vingers van een paar handen te tellen.” Aldus Renée Broekmeulen, speechschrijver sinds 1997. Ze beseft dat het pretentieus kan overkomen, maar ze wijdt zich dan ook aan het op een hoger niveau brengen van haar beroepsgroep. Dat doet ze door – samen met Jan Willem Schouw van de Academie voor Overheidscommunicatie – activiteiten te organiseren voor het speechschrijvernetwerk ‘t Doode Paerdt en door meerdaagse trainingen te verzorgen voor de professionals. Onder het motto: ‘Je kunt mensen leren om een goed verhaal te schrijven.’

Wat maakt iemand een goede speechschrijver?
“Een goede speechschrijver kan zich allereerst inleven in verschillende sprekers. Er zijn veel speechschrijvers die ervaring hebben met één persoon. Als dat klikt dan is het niet zo moeilijk. Maar het moeilijkste is juist om iedere keer voor een nieuw iemand weer zo goed te zijn, je aan te passen en steeds weer kwaliteit te leveren. Iedere keer heb je nieuwe materie, een nieuwe spreker, een nieuwe omgeving, nieuwe beleidsmedewerkers. Daar moet je allemaal mee om kunnen gaan.“

Hoeveel tijd heb je nodig voor een nieuwe klant?
“Hoe langer je het doet des te minder tijd je nodig hebt. Waar je op let, ook in het voorgesprek , is welke boodschap iemand wil brengen, maar ook welke woorden iemand gebruikt. Of iemand eenvoudig spreekt of graag moeilijk praat. Je wilt natuurlijk geen hele moeilijke speeches schrijven, maar je moet wel in de toon van de klant blijven. Ik let er op of de mensen gevoel voor humor en gevoel voor ritme hebben. Want goede humor gaat niet zonder goed gevoel voor ritme. Een goede clou in een speech moet je kunnen timen. Het is daarnaast ook gewoon mooi als mensen ritmisch kunnen praten.”

Kan je ze dat leren?
“Ja. Je kunt mensen alles leren. Als ze maar willen. In het hogere segment, dus ministers of CEO’s van AEX-bedrijven denken ze sneller dat ze alles al kunnen en weten. Er zijn er niet zoveel die bereid zijn om hun zwakheden te tonen, om iets te leren. Soms kom je ze tegen, dat zijn de echte goeden. Wat dat betreft zijn de bazen van grote mkb-bedrijven veel leuker. Die vinden: ‘Ik ben goed in wat ik doe. Jij in wat jij doet. Dus ik luister nu naar jou.’ Politici denken vaak dat ze het al kunnen omdat ze veel praten. Maar het feit dat iemand veel gepraat heeft, wil nog niet zeggen dat anderen graag naar hem of haar luisteren, de boodschap oppikken.”

 

Hoe moet het? Heb je vuistregels?
“De spreker moet een verhaal houden dat het publiek wil horen. Er moet een duidelijke relatie bestaan tussen spreker, inhoud en luisteraar. Je moet dus niet te ver over de hoofden van de mensen heen je verhaal houden. Als je nadenkt over de reden waarom je bent uitgenodigd, wat de mensen van je willen horen, wat voor hen belangrijk is, kan je daar je boodschap op aanpassen. En ook je taalgebruik. Het moet allemaal niet te gewichtig zijn. Tenzij je met een ramp te maken hebt.
Als jouw verhaal over beleid gaat, maak het dan concreet. Wat betekent het nu precies voor de mensen die nu in de zaal zitten? En doe ook alsjeblieft iets aan humor. Het hoeft niet saai en dramatisch, maar gebruik eens een leuke anekdote. Daarmee kan je een groot verhaal klein maken. Dat heet tegenwoordig storytelling, maar dat heette vroeger gewoon retorica. Bij iedere universitaire studie waarbij praten belangrijk is, zoals rechten zou retorica gegeven moeten worden, maar dat gebeurt helaas niet. In Angelsaksische landen leren kinderen op school al spreken. In Nederland leer je om je spreekbeurt aan de hand van een PowerPoint te presenteren.
In essentie moeten mensen weer leren om een verhaal te vertellen. Een verhaal dat niet te lang is, met een kop en een staart en een pointe. Dat moet je al aan de eettafel leren. Als jouw kinderen vertellen over hun dag op school en ze worden langdradig moet je dat als ouder corrigeren. Iedereen kan zo leren om een verhaal te vertellen. Dan worden gesprekken ook interessanter, want het is zo saai om naar mensen te luisteren die een eindeloos verhaal vertellen dat nergens toe leidt.
Dus ik vraag mijn klanten altijd eerst om iets te vertellen. Over hun weekend of iets anders, bijvoorbeeld wat er in een rapport staat. Puur om te horen hoe iemand praat. De opdrachtgever moet wel met de speechschrijver willen spreken, dan krijg je het beste resultaat. Soms weet ik dat ik maar één keer voor iemand zal schrijven, maar dan nog wil ik diegene ten minste door de telefoon spreken. Om te horen hoe z’n timing is, hoe hij een verhaal vertelt. Mijn lievelingsklant is een klant die naar advies luistert. En ik ben helemaal dol op ze als ze na afloop de moeite nemen om te vertellen hoe het ging. Sommigen zijn zó enthousiast dat ze in de auto terug meteen bellen om te vertellen hoe het ging. Vaak apetrots op zichzelf. Soms denk ik: eigenlijk verkoop ik zelfvertrouwen. Wanneer iemand tegen een spreekbeurt opziet, kan hij met een goede tekst in zijn handen en veel oefenen toch zijn glorieuze moment hebben.”

Kan je leven van speeches schrijven?
“Ik kan ervan leven. Hoewel een verkiezingsjaar mager is. De bewindspersonen spreken minder als ze demissionair zijn, dus die kunnen het met hun eigen speechschrijvers af. De meeste brancheorganisaties praten tegen Den Haag, maar Den Haag is er even niet want er moet geformeerd worden. Dus er zijn even geen speeches. En in de campagnetijd worden de speeches door de politieke partijen zelf geschreven. Maar ik verdien mijn geld ook met het opleiden van speechschrijvers. Ik ben de enige actieve speechschrijver in Nederland die vaktrainingen geeft: ik leer de speechschrijvers hoe zij speechschrijver moeten zijn.”

Hoe ziet de training eruit?
“Ik leer mensen om te schrijven voor een ander. De indeling van de training is op basis van mijn ‘Zeven regels voor een overtuigende tekst’. Een tekst past bij het publiek, past bij de spreker, is spreektaal en geen schrijftaal, heeft een duidelijke boodschap, is concreet in plaats van abstract, heeft een hoorbare structuur en heeft stijl en aantrekkingskracht. Naast deze zeven regels besteden we aandacht aan argumentatie, maar ook aan het schrijven voor een internationaal publiek. Dat wordt steeds belangrijker. Gebruik je wel of geen humor en wat voor soort humor dan? Wie zit er in de zaal? Zijn het Amerikanen of Vietnamezen? En gebruik niet al te Nederlandse concretiseringen, maar voorbeelden die mensen snappen. Je moet het niet over Godfried Bomans hebben, maar je kunt het wel over Herman Koch hebben, omdat die vertaald is. Framing is ook een onderwerp bij de trainingen, maar ook taalgebruik in het algemeen.
En we oefenen veel. Speeches schrijven is namelijk een vaardigheid. Ik geef tips en tricks maar ze moeten zelf oefenen, vervolgens bespreken we dat in de groep en dan leren ze ook van de fouten die ze zelf of een ander maken en wat de ander goed doet. Groepen zijn nooit groter dan zes personen, dat werkt het best bij een intensieve training. Mijn cursisten – en andere beginnende speechschrijvers – kunnen ook een coachingstraject krijgen en ze worden lid van ‘t Doode Paerdt’, de vereniging van speechschrijvers. Er zijn ruim honderd leden; tussen de 30 en 50 speechschrijvers komen naar een gemiddelde bijeenkomst. Iedereen wordt automatisch lid. Het is een soort gratis intervisie. Je hoeft niet overal aan te verdienen. Ook geeft ik ieder jaar de Vaktraining Speechschrijven voor de overheid. Dus bijna alle speechschrijvers die bij de Rijksoverheid werken, heb ik getraind. “

Wie zie jij als voorbeeld?
“Het is niet moeilijk om een speech te schrijven voor iemand met een verhaal. Maar probeer maar eens een speech te schrijven voor iemand die eigenlijk helemaal geen verhaal heeft. Dat is een grote uitdaging. Philip Collins, die de speechschrijver was van Tony Blair is iemand die ik bewonder. Hij heeft een goede pen, maar hij bemoeide zich ook met de strategie. Nu is hij columnist voor The Times. Die mengeling dat je ook strategisch adviseur bent, is interessant. Kijk ik bij de ministeries dan zie ik tekstboeren en ‘echte’ speechschrijvers. Bij de tekstboeren is het: u vraagt, wij draaien. Zeker bij ervaren speechschrijvers gaat het meer door een persoonlijke zeef. Je draait al een tijdje mee, je weet hoe de wereld in elkaar zit, je weet hoe het publiek reageert.”

Moeten beleidsmedewerkers leren speechschrijven?
“Er zijn best wel strategische mensen die de vaktraining doen, want het is een vaardigheid die ze willen hebben. Maar je moet als speechschrijver gewoon goed in gesprek blijven met die strategen. Daar hoeven zij geen speechschrijver voor te worden. Er is een ontwikkeling waarbij woordvoerders speechschrijvers worden. Dat is goed, want we hebben hetzelfde vertrekpunt. We behoeden onze klant voor blunders en bemoeien ons met de timing van boodschappen. Het nadeel van de strategen is dat ze heel erg veel weten van een klein stukje en als speechschrijver moet je juist meer een helikopterview hebben. Dan kan je een onderwerp op een andere manier aanvliegen, origineler. Je kunt verbindingen maken met andere onderwerpen. Dat is je toegevoegde waarde.”

Open training Speeches met Impact najaar 2017

Geplaatst op 02 juni, 2017 door in Blog. Geen Reacties.

Voor iedereen die wil leren een mooie, pakkende, overtuigende speech te schrijven voor je minister of je manager, je voorzitter of je burgemeester, je directeur of je CEO: in november is er weer een tweedaagse training Speeches met Impact. De data zijn: dinsdag 7 november en dinsdag 14 november. Er kunnen  maximaal 6 mensen meedoen, dus schrijf je snel in. Dat kan via deze website, zie ‘open training Speeches met Impact’ onder het kopje Trainingen.

Pathos, logos, ethos… Wouter Bos in DWDD Summerschool

Geplaatst op 22 juli, 2016 door in Blog. Geen Reacties.

PvdA-leider Wouter Bos geeft donderdag 28 juli  in DWDD Summerschool een college over politieke speeches.

Ik was zijn speechschrijver toen hij minister van Financiën was . De VPRO-gids laat mij aan het woord over de ingrediënten van een speech met impact: zie bijlage: Hij_zal_het_kort_houden_liggend

Melania en Michelle: plagiaat in speeches?

Geplaatst op 19 juli, 2016 door in Blog. Geen Reacties.

“Onze kinderen in dit land moeten weten dat de enige grens aan je eigen kunnen, je eigen dromen en inzet zijn.” Deze zin leverde Melania Trump, vrouw van, vannacht applaus op tijdens de Republikeinse conventie, maar zorgt na afloop voor kopzorgen in het campagne-team van de republikeinen. De zin en de twee paragrafen ervoor, zijn letterlijk overgenomen uit een speech van Michelle Obama in 2008.

Nieuwssite nos.nl besteedde hier op dinsdag 19 juli aandacht aan. Ik mocht ook vertellen wat in er van vond…

zie:  http://nos.nl/op3/artikel/2118543-is-trumps-vrouw-nu-wel-of-geen-speech-dief.html

Nooit meer slapen over speeches

Geplaatst op 31 maart, 2015 door in Blog, In de media. Geen Reacties.

Joop den UylVoor het VPRO-nachtprogramma Nooit Meer Slapen maakte Mathijs Deen een prachtige reportage over speeches in deze tijd.

Aanleiding was de Nederlands-Vlaamse Speechbattle die DeBuren op 25 maart organiseerden. Ik had de eer om aan de reportage mee te werken.

De reportage is hieronder terug te luisteren:

Koninklijke speeches

Geplaatst op 13 januari, 2015 door in Blog. Geen Reacties.

Het was een beetje een mediaweekje voor mij. Op maandag 5 januari op de radio over nieuwjaarsspeeches Radio 4 – De Ochtend van 4 – Uitzending, in de VPRO-gids over de speech van VPN-fractieleider Marise Collee (zie bericht hieronder) en op tv bij Blauw Bloed over koninklijke speeches. De uitzending kun je vinden via deze link:

http://www.npo.nl/blauw-bloed/10-01-2015/VPWON_1236067

Ik ben na de tweeling van koning Albert van Monaco…..