Wie heeft de kortste? Het AD over soundbites

Geplaatst op 23 augustus, 2011 door in Blog. Geen Reacties.

In het AD van zaterdag 20 augustus stond een artikel over het gebruik van soundbites in de politiek, geschreven door Eefje Oomen. Ook ik mocht daar mijn licht over laten schijnen. …

Den Haag • ,,U bent toch niet aan het Grieks boekhouden?’’ ,,Het dreigt nu Return of the Nerds part IV te worden.’’ ,,En de Grieken nemen nog een glaasje ouzo.’’ De debatten over de eurocrisis staan bol van de politieke oneliners. Maar hoe spontaan zijn die spitsvondigheden? ,,Als je die ene goede zin te pakken hebt, kunnen tv-kijkers hem ’s avonds in de kroeg herhalen.’’

EEFJE OOMEN

Wie denkt dat ‘het Griekse boekhouden’, de ‘terugkeer van de watjes’ en ‘het glaasje anijsdrank’ zomaar uit de mond van respectievelijk Irrgang (SP), Plasterk (PvdA) en Van Dijck (PVV) rollen, moet eens met Renée Broekmeulen bomen. De voormalige ambtenaar is een van Nederlands bekendste speechschrijvers en helpt politici met het krachtig presenteren en formuleren van hun boodschap. En ja, ook met hun ‘eigen’ oneliners.

Wie Broekmeulen precies bijstaat, op welke momenten; dat komen we niet te weten. Discretie staat in haar vak voorop. Broekmeulen, lachend: ,,Ja, dat is het vak, hè. Ik bedenk teksten, maar die worden het eigendom van iemand anders.’’

Geen enkele politicus gaat meer bleu een debat in, zegt ze. Hoe belangrijker een discussie, hoe meer wordt voorgekookt. ,,Een verkiezingsdebat wordt heel intensief voorbereid. Net als de Algemene Beschouwingen. Daar moeten de fractieleiders pieken. En een debat dat live op tv wordt uitgezonden ook.’’

Aan een tekst voor een belangrijk debat wordt soms weken tevoren door verschillende mensen gesleuteld. ,,Fractiemedewerkers, specialisten binnen de fractie, het communicatieteam.’’ Het Kamerlid moet er vervolgens ook nog flink op oefenen. ,,De grote fracties trainen zelfs met een rollenspel. Dan doet iemand alsof hij Pechtold is, of Roemer, of een ander. Zo kan een Kamerlid zelfs anticiperen op de interrupties.’’

De oneliner krijgt speciale aandacht. Elke partij wil minstens één ‘soundbite’ die de journaals haalt. En die tv-kijkers onthouden, benadrukt debatkampioen Lars Duursma, die net als Broekmeulen politici traint. ,,De oneliner is cruciaal. Als je net die éne goede zin te pakken hebt, kunnen mensen hem ’s avonds in de kroeg herhalen.’’

Omdat de verbale uitsmijter zo belangrijk is, laten partijen het er niet op aankomen. Broekmeulen; ,,Soms bedenken Kamerleden met een speciaal talent ze zelf. Maar meestal komen de oneliners van collega’s, van het communicatieteam of van iemand van buitenaf zoals ik.’’

SP-leider Emile Roemer heeft er geen moeite mee om toe te geven dat lang niet al zijn kwinkslagen zomaar komen aanwaaien. ,,Als ik een belangrijk debat heb, bereid ik me met vertrouwelingen voor. En, natuurlijk, dan bedenken we pak¬kende uitspraken.’’ De zin ‘de economie is als een klein plantje, die moet je water geven, maar jij komt met zo’n heggenschaar aanzetten’ komt uit zo’n brainstormsessie. Roemer: ,,Ik wist: die ga ik een keer gebruiken als ik met Rutte in debat ga.’’

Winnen

Volgens Henk te Velde, hoogleraar vaderlandse geschiedenis, is het niet verwonderlijk dat er in tijden van zwevende kiezers op oneliners wordt gestudeerd. ,,Er valt veel te winnen. Kiezers die rechtse denkbeelden hebben, zullen heus niet op links stemmen. Maar ze gaan wel langs de rechtse partijen ‘winkelen’ en daarvan kan degene die het beste zijn boodschap verkondigt, profiteren. Dat deed Rutte recent zeker.’’

De zoektocht naar die ene uitsmijter heeft natuurlijk ook te maken met de voortrazende media. ,,Lang geleden konden politici hun boodschap alleen kwijt op massabijeenkomsten, in de krant, op één tv-kanaal. Nu zijn er zoveel concurrerende media, is er zoveel zapgedrag, dat je met één bondige boodschap moet opvallen. Zo’n boodschap kan je bijvoorbeeld ook voor Twitter gebruiken, waar alles kort moet.’’

Of de keiharde uitspraken van politici als Pim Fortuyn (‘Nederland is vol, dus moeten de grenzen dicht’) en Geert Wilders (‘Waarom niet een kopvoddentaks?’) andere partijen recent hebben opgezweept, betwijfelt Te Velde. ,,Partijen met uitgesproken standpunten kunnen gewoon stelliger zijn dan middenpartijen. Die moeten oppassen dat ze kiezers niet van zich vervreemden of partijen afschrikken waar ze misschien mee moeten regeren.’’

Middenpartij CDA komt dan ook zelden met een bitse oneliner. Als ze er al eentje scoren, worden ze al snel geconfronteerd met de keerzijde. Te Velde: ,,Balkenende riep in 2006 in verkiezingstijd tegen Wouter Bos: ‘U draait en u bent niet eerlijk’. Dat was een mooie oneliner, het domineerde het debat. Maar toen hij daarna met de PvdA moest regeren, sluimerde er al wederzijds wantrouwen.’’

De professionalisering van het Nederlandse politieke debat, waar de externe deskundige zijn intrede doet, is niks vergeleken met de Amerikaanse speech-industrie. Volgens Lars Duursma, die op lokaal niveau aan de campagne van Obama meehielp, verhullen politici daar helemaal niet dat anderen hun oneliners bedenken. ,,Daar zijn goede speechwriters heel invloedrijke figuren, bekende Amerikanen.’’

Het succes van Barack – ‘Yes we can’ – Obama toont volgens Broekmeulen overigens prachtig aan dat politici het kunnen leren. ,,Geloof me, Obama was acht jaar geleden echt zo goed niet.’’ Nou ja, nuanceert ze, de méésten kunnen het leren. ,,Sommigen ligt het niet zo. Neem Agnes Kant. Die had prachtige zinnen. Bijvoorbeeld over het UVW dat opeens elke zieke 100 procent goedkeurde: ‘Het UVW lijkt Lourdes wel: je gaat er ziek in en komt er gezond weer uit.’ Toch kwam het niet over. Dat had ongetwijfeld met haar stem te maken. Die was wat snauwerig.’’

Dan is er altijd die enkeling die een gouden oneliner gewoon uit de mouw schudt. Hans Wiegel bijvoorbeeld, wiens uitspraken nog altijd op internet circuleren. Het VVD-erelid bezweert dat zijn beroemde uitval naar PvdA’er Joop den Uyl ‘Sinterklaas bestáát, daar zit-ie!’ spontaan opkwam. ,,Alleen de speeches die over technisch ingewikkelde dingen gingen, stonden op papier. Andere debatten, zoals voor verkiezingen, deed ik aan de hand van een paar kaartjes. Die oneliners kwamen vanzelf.’’

‘De beste premier die Nederland nooit had’ (nog zo’n eentje, van eigen hand) vindt het jammer dat de improvisatie verdwijnt. ,,Ik hoor dat de huidige Kamerleden soms zes keer op hun verhaal geoefend hebben. Ingestudeerde lesjes, dat zijn het. Ik mis de kraak en de smaak, de bulderende lach.’’ Roemer, die vindt hij ‘wel leuk’. ,,Doet me een beetje aan mezelf denken.’’

De SP-leider, die de lof bedeesd omarmt, is het wel met de liberale nestor eens. De spontane oneliner is eigenlijk de leukste. Toen een tv-presentatrice hem ooit met een bedroevend slechte SP-peiling confronteerde, kwam de oneliner ‘niemand kan me verwijten dat ik te vroeg gepiekt heb’ vanzelf.